In Nederland zijn 312 (1 juli 2009) scholen in het speciaal basisonderwijs (hierna SBO) met 45.000 leerlingen. Het SBO neemt de plaats in tussen het reguliere basisonderwijs en het speciaal basisonderwijs. Het speciaal basisonderwijs valt onder de Wet op Primair Onderwijs. Het SBO bestaat sinds 1998 en is de vervanger van de vroege MLK- (moeilijk lerende kinderen) en LOM- (leer- en opvoedingsmogelijkheden) onderwijs en IOBK (in ontwikkeling bedreigde kleuters).
Waarin onderscheidt het speciaal basisonderwijs zich van regulier basisonderwijs en speciaal onderwijs? Het speciaal basisonderwijs is expert in passende onderwijszorg. Voor elk kind wordt een onderwijstraject samengesteld op maat, zodat het kind zich maximaal kan ontwikkelen.
- De streefdoelen zijn gelijk aan die van het reguliere basisonderwijs. Veel kinderen stromen door naar het regulier voortgezet onderwijs.
- In het SBO krijgen kinderen extra begeleiding zodat ze zich maximaal kunnen ontwikkelen.
- De leerkrachten beschikken over specifieke expertise. Ze hebben een scherp oog voor de hulpvraag en onderwijsbehoefte van hun leerlingen.
- De onderwijsstructuur (dagindeling, methodes etc.) is aangepast op de behoefte van de kinderen.
- Het speciaal basisonderwijs geeft veel persoonlijke aandacht en heeft kleine groepen (maximaal 15 leerlingen).
- Ouders en school delen de onderwijszorg. Ze werken samen aan oplossingen.
- Leerkrachten werken vanuit een multidisciplinair team met o.a. een orthopedagoog logopedist, psycholoog of maatschappelijk werker en werken samen met scholen uit de regio.
Het speciaal basis onderwijs is er voor kinderen die het niet redden op de gewone basisschool vanwege leer-, gedrags- en/of opvoedingsproblemen. Vaak spelen er meerdere hulpvragen tegelijkertijd (denk bijvoorbeeld aan ADHD, PDD-NOS, dyslexie, dyscalculie, autisme, lage intelligentie of een chronische ziekte). Eén op de 36 kinderen in Nederland valt binnen deze doelgroep. Het regulier onderwijs kan kinderen met een indicatie in overleg met de ouders doorverwijzen naar een school van speciaal basisonderwijs. Het speciaal onderwijs richt specifiek op scholen met kinderen uit cluster 1 tot en met 4:
- Cluster 1: scholen voor kinderen met een visuele beperking.
- Cluster 2: onderwijs voor dove en slechthorende kinderen, kinderen met ernstige spraak/taalmoeilijkheden en kinderen met een stoornis in het autistisch spectrum waarbij de focus ligt op communicatie.
- Cluster 3: speciaal onderwijs voor zeer moeilijk lerende kinderen en leerlingen met lichamelijke én/of verstandelijke beperkingen, langdurig zieke kinderen en leerlingen met epilepsie.
- Cluster 4: scholen voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen, kinderen met psychiatrische stoornissen of ernstige gedragsproblemen, langdurig zieke kinderen zonder een lichamelijke beperking en scholen die verbonden zijn aan pedologische instituten.
Het SBOwerkverband is een vereniging van SBO-scholen in Nederland. Het SBOwerkverband is opgericht in 2007 en heeft als doel om de kwaliteit van het speciaal basisonderwijs te verbeteren, door kennis en ervaring te delen met alle collega SBO-scholen en met partners (zoals speciaal onderwijs en passend onderwijs).
Per 1 juli 2009 zijn 243 van de 312 SBO-scholen lid van het SBOwerkverband. De vereniging vertegenwoordigt hiermee 78% van alle scholen voor speciaal basisonderwijs. Het streven is om 100% deelname van de SBO scholen te realiseren. Leden van de vereniging zijn directeuren en/of leden van het bestuur van SBO-scholen. Het SBOwerkverband is het aanspreekpunt voor onderwijs gerelateerde organisaties en landelijke overheden.
Wat is de kracht van het SBOwerkverband?
Het speciaal basisonderwijs heeft specifieke expertise in huis, voor kinderen met
leer-, gedrags- en/of opvoedingsproblemen. Het aantal kinderen met deze problemen neemt toe. Het speciaal basisonderwijs is dan ook onmisbaar in onderwijsland. De leden van het SBOwerkverband werken gezamenlijk en vanuit de praktijk aan kwaliteitsverbetering. En dat werkt. Het werkverband bestaat pas 2 jaar en in die tijd heeft het speciaal basisonderwijs zich enorm verbeterd.
Wat wil het SBOwerkverband bereiken? Het SBOwerkverband staat voor duurzame kwaliteitsverbetering van het speciaal basisonderwijs. Het SBOwerkverband stelt zich de volgende doelen:
- Verhogen van de leeropbrengsten van kinderen met leer-, gedrag- en/of opvoedingsproblemen
- Ondersteunen van zwakke SBO-scholen
- Kwaliteitsverbetering door samenwerking met leden en externe partners
- Ontwikkeling van kwaliteitsmetingen specifiek voor het speciaal basisonderwijs
- Expertise ontwikkeling en professionaliteit bevorderen
- Vertegenwoordiging van het speciaal basisonderwijs in landelijke en regionale organen
Naast regionale netwerken waarin leden kennis en ervaring delen met elkaar, heeft het SBOwerkverband diverse projecten ontwikkeld o.a:
- Het ontwikkelingsperspectief (OPP): voor elk kind wordt het verwachte uitstroomniveau vastgesteld. Samen met ouders en het kind wordt een individueel plan opgesteld om dit uitstroomniveau te behalen.
- Adaptieve toetsen: toetsen die in samenwerking met Cito worden ontwikkeld afgestemd op het volgen van de cognitieve ontwikkeling van SBO-kinderen.
- Diverse initiatieven gericht op de kwaliteit- en professionaliteitverbetering van schoolleiders en docenten, zoals het ‘Zelfevaluatiekader’ (ZEK) voor het SBO en ‘Teamcoaching’ gericht op de professionalisering van docententeams.
- Adoptieteams: scholen worden in teams van twee begeleid om van elkaar te leren. Dit kunnen twee SBO-scholen die van elkaar leren of ook een SBO-school die samen met een school uit het speciaal onderwijs werkt aan de verbetering van onderwijs aan cluster 4 kinderen.
Het speciaal basisonderwijs heeft zich in de afgelopen twee jaar aanzienlijk verbeterd. Van de 140 scholen die in 2006 een onvoldoende scoorden in het Onderwijsverslag van de inspectie van het onderwijs, voldoet twee jaar later ruim de helft wel aan de kwaliteitsnorm. Nog eens 27% laat voldoende ontwikkeling zien. Zeven scholen worden nog maar aangemerkt als zeer zwak. Een prestatie die vooral verklaard wordt doordat steeds meer scholen (nu 60%) ontwikkelingsperspectieven voor hun leerlingen opstellen. Dit geeft inzicht in de leeropbrengsten, zorgt voor een planmatige aanpak, stimuleert de ontwikkeling van leerlijnen en het maken van afspraken over leerstofaanbod. (Onderwijsverslag, inspectie van onderwijs mei 2009).
Ook de sociale veiligheid op scholen en het planmatig werken is verbeterd. Naast de goede cijfers geeft de inspectie ook een paar verbeterpunten op voor het speciaal basisonderwijs. Slechts een derde van de scholen evalueert de opbrengsten op schoolniveau systematisch. Hier valt nog voldoende resultaat te behalen evenals het opstellen van criteria die bepalen wanneer reguliere begeleiding overgaat in extra zorg.
Meer informatie?
Voor meer informatie over de het speciaal basisonderwijs of het SBOwerkverband kunt u contact opnemen met mevrouw Ellen Pieterse, voorzitter SBOwerkverband: e.pieterse@sbowerkverband.nl
RSS
Linkedin
Twitter
RSS